‘Magie maken met de simpele dingen is het lastigst’ – Deborah Witteveen schittert als soliste bij het GFO
Saxofoniste Deborah Witteveen, geboren en getogen in Oldebroek, deed in 2008 mee met het Jong Solisten-project van het Gelders Fanfare Orkest. Komend WMC schittert ze met dit orkest als soliste op baritonsax in een werk dat componist Henry Kelder speciaal voor haar en het GFO schreef: Concerto nr. 4.

Van de eerste Selmer naar het conservatorium
Haar muzikale reis begon dichtbij huis: haar vader speelde bij Concordia Oldebroek en ook haar broer en Deborah zelf sloten zich aan. Ze koos voor de altsaxofoon en toen er geen leeninstrument voorhanden was, wisten haar ouders een goedkope sax op de kop te tikken. Dat bleek een schot in de roos; voor haar twaalfde verjaardag kreeg ze een echte Selmer, het instrument waar ze tot op de dag van vandaag op speelt.
“Bij Concordia werd ik gestimuleerd om mee te doen met het Jong Solisten-project van het GFO. Bij het voorspelen ging ik er blanco in en ineens mocht ik meedoen met het concert, met Spanish Dance!”, herinnert ze zich lachend. “Ik was wel zenuwachtig – dat ben ik nog steeds voor elk optreden – maar als ik begin met spelen, neemt de muziek het over.”
De ultieme combinatie
Vanaf het eerste moment dat Deborah het conservatorium binnenstapte, wist ze dat ze haar roeping had gevonden. “Ik kan in de sax alles kwijt. Je speelt met passie, bent praktisch bezig met je handen en je hoofd denkt na over de muziek. Voor mij is dat de ultieme combinatie.”
Hoewel ze tijdens haar opleiding de HaFaBra-wereld verruilde voor de klassieke muziek, bleven de lijntjes met het GFO bestaan. Toen het orkest belde voor het WMC-optreden in 2026, hoefde ze niet lang na te denken. Samen met het orkest zocht ze naar het perfecte stuk. De keuze viel op Henry Kelder, van wie Deborah al eerder een concert had gespeeld tijdens haar bachelorexamen. Het GFO gaf hem de opdracht: schrijf een nieuw stuk voor fanfare en baritonsax.
“Magie maken met de simpele dingen is het lastigst. Dat je in een mooie langzame melodie alle noten betekenis geeft.”

Geen standaard fanfaremuziek
In december kreeg Deborah de eerste noten van Concerto nr. 4 onder ogen. Het bleek een uitdagend stuk te zijn. “Het is anders dan de standaard fanfaremuziek. Henry had ook nog nooit voor fanfare geschreven. Hij gebruikt de uitersten van het instrument, van het mooie hoge register tot loopjes in het lage register.”
Het werk bestaat uit twee contrastrijke delen:
- Deel 1: Een langzaam deel met aansprekende melodieën die de luisteraar direct raken.
- Deel 2: Een swingend deel dat veel vraagt van het orkest en de slagwerksectie.
Voor Deborah zelf zitten de grootste uitdagingen in de extreem hoge noten en een bijna onspeelbaar improvisatiestukje. Toch is het volgens haar niet de techniek die het moeilijkst is: “De technische uitdagingen krijg ik doorgaans wel in de vingers. Magie maken met de simpele dingen is het lastigst.”
‘Gewoon bloazen’
Ondanks haar indrukwekkende cv (cum laude afgestudeerd aan zowel het HKU als het Conservatorium van Amsterdam) voelt de samenwerking met het GFO als thuiskomen. “Ik kende al veel mensen en kom uit dezelfde hoek van normaal doen, gewoon bloazen. Het is dan ook gezellig en ontspannen.”
Deborah heeft veel bewondering voor de koers van het orkest. “Het orkest gaat buiten zijn eigen wereld, wil nieuwe muziek ontdekken en staat open voor experimenten.”

Deborah is als saxofoniste actief als uitvoerend musicus en docent. Ze studeerde bij Johan van der Linden en Arno Bornkamp. Momenteel is ze baritonsaxofoniste van het Ardemus Quartet en speelt ze regelmatig in diverse ensembles en orkesten. Meer informatie: www.deborahwitteveen.com
Tekst: Wilma Schreiber
Foto’s Benno Wonink

